Het Rijnstrangengebied moet weer een hotspot worden met zeldzame vogels. Door moerassen te herstellen en rietvelden aan te planten hoopt Staatsbosbeheer dat de roerdomp en grote karekiet graag geziene gasten worden.

Om bij de rietmoerassen te kunnen komen, zijn de Rijnstrangen drooggelegd. Dit gebeurt eens in de vier jaar, maar vanwege de droogte in de afgelopen twee jaar zat het gebied in de Gelderse Poort al vaker zonder water. Dat heeft voor- en nadelen. De grote karekiet en de roerdomp leven in rietvelden en hebben daarvoor water nodig, maar de droogte zorgt wel voor het ontstaan van de door hun zo geliefde moerasplanten.

De Rijnstrangen zijn drooggelegd om die planten en het uitbreidend riet te beschermen. Er worden kooien omheen gemaakt zodat de watervogels ze niet kunnen opeten. In 2016 is er als experiment ook al een dergelijke kooi aangebracht. Deze is inmiddels helemaal begroeid met mattenbies, een moerasplant. Dat is precies wat Staatsbosbeheer, de provincie Gelderland en waterschap Rijn en IJssel beoogd hadden. ,,We willen dat mattenbies vanzelf gaat kiemen”, zegt boswachter Twan Teunissen. ,,Vooral aan de westkant van de Rijnstrangen plaatsen we daarom kooien, die gemaakt zijn van een soort kippengaas. Aan de oostkant plaggen en maaien we verruigde rietvelden én planten we nieuw riet aan. Of dat aanslaat, bekijken we bij een nieuwe drooglegging over vier jaar. Dan halen we de kooien weg.”

De Rijnstrangen was volgens Teunissen ooit een ‘topplek’ voor bijzondere moerasvogels. De roerdomp en de grote karekiet konden er prettig broeden in de rietvelden, die door verdroging echter steeds meer verdwenen. Daarmee vertrokken er ook vogels. Als er straks een veel grotere oppervlakte met moerasvegetatie is, hoopt Teunissen ook weer meer moerasvogels te kunnen verwelkomen.

In het verleden werd er ook al klei afgegraven op het eiland Erfkamerlingschap, vlakbij de Nederlands-Duitse grens ten noorden van Elten. Inmiddels heeft de roerdomp zijn rentree gemaakt op het eiland. Ook elders in de Rijnstrangen gaat het de goede kant op, meent de boswachter. ,,Tijdens het broedseizoen hebben de vrijwillige vogeltellers elf paren roerdompen gezien. Dat is het het hoogste aantal sinds 1995. De grote karekiet heeft het wat moeilijker, al was het aantal vorig jaar stabiel.”

Wie de nieuwe kooien rondom de rietmoerassen wil zien, kan een kijkje nemen bij de Jezuïtenwaai in Groessen, waar een kleine wandeling te maken is.

Uit de Gelderlander van 5 augustus 2020. KAY SCHOLTEN

HET RIJNSTRANGENGEBIED MOET WEER EEN POPULAIRE PLEK VOOR BIJVOORBEELD DE ROERDOMP EN DE GROTE KAREKIET WORDEN. FOTO THEO KOCK

Staatsbosbeheer herstelt moerassen en plant rietvelden.